De initiële lerarenopleiding voor elke CT’er is een academische bachelor-opleiding. Deze opleiding is gericht op het behalen van een onderwijsbevoegdheid. Tijdens de opleiding werkt de aankomende CT’er aan de ontwikkeling van verschillende competenties. Dit gebeurt zowel in de opleiding als in de praktijk; de WoC-maatschappen zijn door hun integratie van onderwijs en praktijkgericht onderzoek een ideale plek daarvoor. Met deze bachelor-graad kan de CT’er lesgeven in de (pré) Basic en de Advanced Levels. 
Eenmaal aan het werk als junior krijgt de CT’er begeleiding en ondersteuning van seniors en advisors. Deze begeleiding is behoorlijk intensief en bestaat met name uit het leren analyseren van problemen in het werkveld en het opzetten van kleine projecten. De junior werkt ook aan het verder uitbouwen van zijn netwerk, een wisdom of crowds.  Na enige jaren ervaring als junior én bij gebleken geschiktheid volgt de junior een professionele masteropleiding.  In deze opleiding wordt aandacht besteed aan drie perspectieven: perspectieven op leren, perspectieven op schoolontwikkeling, perspectieven op handelen. Rode draad door de opleiding vormt het praktijkonderzoek, onderzoek dat wordt ondersteund door de verschillende perspectieven.
Na het behalen van deze master-graad groeit de junior  door naar een senior.  Met deze promotie worden ook  de verantwoordelijkheden groter, een senior levert een grotere bijdrage aan de ontwikkelingen binnen de maatschap, aan de visie en de te volgen strategie. De senior  blijft investeren in het uitbreiden van zijn netwerk en kennis. De senior kan aan het werk in de Expert Levels.
Het doen van promotie-onderzoek is een voorwaarde om als  advisor aan de slag te gaan. Als advisor geef je les op het master-level en heb je vaak een rol in de begeleiding van junior en senior CT’ers. Als advisor moet je beschikken over een zeer uitgebreid netwerk.
Alle junior-, senior- en advisor CT’ers werken samen in de maatschap waarbij ieder zijn taken en verantwoordelijkheden heeft. Ondanks deze arbeidsdeling zijn alle CT’ers gezamenlijk verantwoordelijk voor de behaalde targets. Een aantal jaren geleden was het behalen van targets in het onderwijs een “vies” begrip, door het werken in maatschappen en door de sturing op output zijn deze begrippen gangbaar geworden. Elke CT’er is verantwoordelijk voor zijn eigen profilering en marktwaarde. In vergelijking met zo’n tien jaar geleden heeft er zich een aardige verschuiving voltrokken in het onderwijskundig landschap.
Het werken in een maatschap zorgt ervoor dat het werk als CT’er zeer transparant is geworden. Alle output wordt gebruikt om het werk van de CT’er en het team te evalueren. Als de vooropgestelde targets niet worden gehaald, wordt er gekeken naar de oorzaken en aan de hand van de leercirkel van “van der Hilst” getracht tot een oplossing te komen.

Nieuwe afbeelding (13)Professionele Leercirkel: Hilst, B. van der. (2009). Leren en laten leren in onderwijsorganisaties. In M. Konijn, C. Mesman & R. Schut (red.), Professionals over leren en laten leren (pp. 82-85). Amsterdam: Centrum voor Nascholing.


Lector aan de HvA Marco Snoek heeft in 2010 al aangegeven dat het noodzaak werd om te investeren in de kwaliteit van docenten. Tot zijn grote vreugde zag het onderwijs uiteindelijk zelf in dat er nieuwe uitdagingen lagen. De professional in the lead heeft deze uitdaging opgepakt en er voor  gezorgd dat er ook een actieve rol kwam voor de leerling, de prosumer!

Professionele of academische masteropleiding van Educatief Meesterschap Amsterdam

Wie zijn wij?                          Powered by Aan & Uitleg en Netty Gelijsteen Valid XHTML 1.0 Transitional