Het onderwijssysteem

Studies leveren sinds 2020 geen diploma’s meer op, maar memes die pas worden bijgeschreven op de kennisrekening als de opgedane kennis aantoonbaar nuttig is voor de maatschappij. Dat betekent concreet dat studies voor beroepen waar in de maatschappij behoefte aan is memes opleveren en andere studies waar op dat moment op de arbeidsmarkt weinig behoefte aan is niet. Het aantal op de kennisrekening bijgeschreven memes bepaalt de marktwaarde van een persoon. De creditcard van de European Knowledge Bank is het visitekaartje van iedere deelnemer.
Dat globalisering van invloed zou zijn op  onderwijs was in 2010 al duidelijk. Al die internationale referentiekaders met kennis en vaardigheden die de jeugd moest leren, waren toen al in opkomst. Logisch gevolg was dat het vanaf 2015 al vrij normaal was om onderwijs te volgen buiten de eigen landsgrenzen. De hevige concurrentiestrijd tussen Europese onderwijsinstellingen maakte Europees toezicht en regelgeving noodzakelijk. De Nederlandse hoogleraar Marco Snoek,  expert op het gebied van professionalisering van kennisoverdracht werd door het Europees Parlement  aangesteld als Europees Minister van Onderwijs.
Samen met de Europese Minister van economische zaken zorgde hij ervoor dat de kennisbank opgenomen  werd in de  organisatie van het onderwijs in alle lidstaten. De staatsministers uit de deelnemende landen zijn verantwoordelijk voor de regulering en het toezicht op de landelijke onderwijsmarkt. De kenniseconomen vallen onder het landelijke Ministerie van Economische zaken. Zij bepalen samen met de EDU-onderzoekers van het Ministerie van Onderwijs de waarde in memes van bepaalde kennis en meetbare vaardigheden.
De nationale kennisaccountant, die wordt aangestuurd door de staatsminister van onderwijs houdt toezicht op de examens. De regionale kennisboekhouders beoordelen de kwaliteit van de door EDU-ondernemers ontworpen onderwijspakketten. Het door de lokale overheid aangestelde bestuur van meerdere leerhuizen houdt toezicht op de efficiëntie van de organisatie van het leerhuis, de leeropbrengsten van de deelnemers en het personeelsbeleid.

In de afgelopen jaren is het onderwijs weer teruggebracht tot haar kernfunctie: het verwerven van essentiële kennis en beroepsvaardigheden. In het begin van de 21ste eeuw werden de toemalige scholen overladen met de opdracht om allerlei maatschappelijke knelpunten op te lossen, van burgerschap tot milieubewustzijn en gezondheid. Daarmee kwam kennisverwerving onder druk te staan. Het vertalen van kennis naar economische termen gaf scholen de mogelijkheid om zich weer ten volle te richten op haar kerntaak en de ballast van opvoedingsverwachtingen en politieke hobby’s van zich af te schudden.

De transparante leeromgeving

Het systeem van de transparante leeromgeving is een onderwijssysteem naar Fins model. Dit systeem biedt de garantie dat er zo veel als mogelijk rekening gehouden kan worden met de leercapaciteit en interesses van de deelnemer en dat een deelnemer zo goed als mogelijk wordt opgeleid om zich tot een gerespecteerde Europese burger te ontwikkelen en voor de maatschappij van toegevoegde waarde te kunnen zijn.


 
Het werkproces van de transparante leeromgeving


Kritiek deelnemervolgsysteem niet terecht

Amsterdam – De proef met het deelnemervolgsysteem voor deelnemers zonder Europese basiskwalificatie roept nogal wat weerstand op bij werkende jongeren.
Het deelnemervolgsysteem schendt hun recht op privacy, claimden zij. De rechter bepaalde echter dat het algemeen belang hier zwaarder weegt dan het individuele belang. Het zijn juist de werkende jongeren zonder basiskwalificatie en zonder adequaat sociaal netwerk, die bijzonder kwetsbaar zijn op de arbeidsmarkt. Zij verliezen sneller hun baan en komen daarna moeilijker aan het werk. Er is niemand die weet of controleert waar ze meebezig zijn. De mogelijkheid van het deelnemervolgsysteem moet juist deze groep een steun in de rug bieden om te voorkomen dat ze een onbenut potentieel worden op de toch al krappe arbeidmarkt.

Het deelnemervolgsysteem laat zien waar deelnemers zich bevinden en wat ze aan het doen zijn.

Hersenonderzoek heeft aangetoond dat jongeren in de leeftijd van 12 tot 18 jaar niet goed in staat zijn tot zelfregulering en dus behoefte hebben aan controle. “Omdat jonge deelnemers  niet meer, zoals een aantal jaren terug nog het geval was, hele dagen in een schoolgebouw doorbrengen waarbij ze in de gaten worden gehouden door docenten, maar overal met hun leertaken bezig kunnen zijn, is het goed dat er een deelnemervolgsysteem is ingevoerd”,zegt organisatiedeskundige Joshua Eighitoorn. “Mensen zijn nog niet echt gewend aan het idee dat de hele wereld kan meekijken bij wat je aan het doen bent en dat je ter verantwoording kan worden geroepen”, erkent ze. ‘Toch is dat al heel lang het geval. Camerabewaking op stations, vliegvelden en in winkelcentra bestaat al tientallen jaren, al waren veel mensen zich er niet van bewust dat die beelden ook bewaard blijven en gebruikt worden voor bijvoorbeeld politieonderzoek. Webcamcontrole is ook belangrijk om de veiligheid en de hoogwaardige en effectieve begeleiding op de vakwerkplaatsen te garanderen. Het voorkomt dat bedrijven misbruik maken van mensen in opleiding. Uiteindelijk wegen de voordelen zwaarder dan de nadelen van het gebrek aan privacy. In de gezinsomgeving hangen immers geen camera’s”, lacht Eighitoorn.

 

Kwaliteit Nederlandse onderwijspakketten redelijk tot goed

Rotterdam - Het CBS presenteerde vorig week de uitslag van het onderzoek naar de effectiviteit van het nieuwe Europese onderwijssysteem dat gebaseerd is op een Fins onderwijsconcept van de transparante leeromgeving. De Europese kennisbank stemt via kenniseconomen het aanbod van onderwijspakketten af op de maatschappelijke behoefte in binnen- en buitenland zodat niemand wordt opgeleid voor een baan waar geen werk meer in is. Het onderwijs maakt daarbij maximaal gebruik van de wetenschap. Zo kunnen onderzoekers vaststellen of de onderwijspakketten voldoende aansluiten op de maatschappelijke behoefte en het examen, welke leerstijlen en leervoorwaarden voor een deelnemer het meeste rendement opleveren en welke stoornissen het leerproces in de weg staan. De belangrijkste conclusie uit het CBS rapport is dat de Nederlandse onderwijspakketten en onderzoeken goed inspelen op maatschappelijke behoeftes en dat de kwaliteit ervan redelijk tot goed is. Het aandeel Nederlands materiaal in de Europese kennisbank is groot. Het slagingspercentage is hoger dan gemiddeld. Nederlandse kennisaccountants worden zelden voor de rechter gedaagd en zijn opvallend vaak vertegenwoordigd in Europese samenwerkingsverbanden. Opvallend is verder dat het aantal volwassenen dat examens aflegt om hun kennis te verdiepen of verbreden toeneemt. Dat dit sinds vijf jaar voor veel praktische vakken ook kan zonder onderwijspakket heeft daar zeker toe bijgedragen. Het aantal mensen boven de 25 zonder basiskwalificatie neemt af.

 
Professionele of academische masteropleiding van Educatief Meesterschap Amsterdam

Wie zijn wij?                          Powered by Aan & Uitleg en Netty Gelijsteen Valid XHTML 1.0 Transitional