scenario's maken

De toekomst van het leraarschap

Het beroep van leraar staat volop in de belangstelling: lerarentekorten, taal- en rekenvaardigheid van leraren, professionele ruimte van leraren, academische pabo’s, educatieve masters, functiedifferentiatie, prestatiebeloning, een professioneel register, …
Op tal van terreinen is er beweging en discussie.
Wat betekent dit alles voor de toekomst van het beroep? Hoe ziet het leraarschap er uit in 2020?
In het najaar van 2010 bogen 8 ervaren leraren zich over deze vraag. In het kader van de masteropleiding Professioneel Meesterschap werden onderdelen van de opleiding, elementen van onderzoek en ervaringen uit de praktijk samen gebracht om mogelijke toekomsten voor het leraarschap in kaart te brengen. Toekomstscenario’s die gebaseerd zijn op trends in het onderwijs en in de samenleving. Toekomstscenario’s die uitdagen om na te denken over wat de consequenties van die trends kunnen zijn voor het beroep van leraar. Maar die ook uitdagen om daar positie in te kiezen en de toekomst naar je eigen hand te zetten. Want dat was misschien wel de kern van de opleiding: Leraarschap is Leiderschap.
Teacher in the lead


Vier scenario’s
Eerste stap in het scenario proces was het identificeren van essentiële trends [hyperlink] in het onderwijs en de samenleving, die invloed zullen hebben op het leraarschap in de toekomst. Daarbij is een onderscheid gemaakt tussen trends met hoge en lage onvoorspelbaarheid. De trends met hoge onvoorspelbaarheid bepalen de verschillen tussen de scenario’s.

Twee van deze trends zijn gekozen als centrale scenario-assen:

Verantwoordelijkheid en controle in het onderwijs. Aan de ene kant is er in toenemende mate aandacht voor een leidende rol voor de onderwijsprofessional. Professionele ruimte en autonomie, een beroepsgroep, kortom de ’professional in the lead’. Aan de andere kant worden schoolleiders, besturen en raden van toezicht door de overheid en inspectie aangesproken op de kwaliteit van het onderwijs en zien zij het als hun taak om leraren aan te spreken en te controleren op onderwijsopbrengsten. Kortom: toezicht, controle en ‘bestuurlijke borging’.

Rollen en verantwoordelijkheden van leraren en leerlingen. Als het gaat om het feitelijke leerproces van leerlingen is het de vraag in hoeverre interactiviteit en democratisering binnen de internetsamenleving, waarbij iedereen bijdraagt aan productie van nieuws, media, productevaluaties, kwaliteitoordelen, etc. ook haar invloed zal hebben op het onderwijs. Worden leerlingen producten van kennis en leerinhouden en sleutelpersonen in kwaliteitsoordelen ten aanzien van scholen en leraren (‘prosumers’) . Of krijgen/houden onderwijsinhoud en leermiddelen een gesloten karakter, waarbij (internationale) standaardisering centraal staat en de leerling kant en klare leerinhouden, canons en kennisbases dient te verwerven (‘consumer’).

 Deze twee onzekerheden creëren samen vier verschillende toekomstscenario’s.

 

Het ontwikkelen van scenario’s

De scenario’s voor de toekomst van het leraarschap zijn ontwikkeld in drie stappen.
Fase 1: Analyse
Fase 2: Creatieve beschrijving
Fase 3: Reflectie
In de eerste fase van het bouwen van scenario’s gaat het om het in kaart brengen van belangrijke ontwikkelingen in de samenleving en in het onderwijs. Input kan vanuit de deelnemers zelf komen (met name als het om een heterogene groep gaat) of afkomstig zijn van externe deskundigen of literatuurstudies. Belangrijke bron was de OECD publicatie ‘Trends Shaping Education’ uit 2008, aangevuld met een open brainstorm over de Nederlandse context. Op basis van deze input moeten de assen van een scenariomodel bepaald worden. Dit gebeurt door voor elk van de trends een inschatting te maken van de impact op het leraarschap en van de onvoorspelbaarheid van de trend.
De trends met hoge onvoorspelbaarheid zijn de potentiële assen van het te ontwikkelen scenariostelsel. Uit de potentiële assen zijn twee assen geselecteerd die voldoende onafhankelijk waren en tot interessante scenario’s leiden.
In de tweede fase werden de vier scenario’s die uit het scenariostelsel af te leiden waren onderling verdeeld en uitgewerkt volgens een vast format: een beschrijving van de samenleving, van de school, van het leren en van de taak en rol van de leraar in 2020. Dat vraagt een interpretatie van de trends en ontwikkelingen die in de eerste fase geïnventariseerd zijn. De deelnemers stappen in de toekomst ‘het is nu 14 november 2020‘ en laten zien hoe de wereld er dan uit ziet en hoe dat zo gekomen is.
In de derde fase staat het reflectieproces centraal. De vraag is nu wat de ontwikkelde scenario’s betekenen voor de organisatie als collectief en voor de individuele betrokkenen. Wanneer in fase 1 en 2 de scenario’s en de onderliggende assen zoveel mogelijk waardevrij of positief beschreven zijn, biedt dat de meeste ruimte in de reflectie.
De reflectie kan plaats vinden vanuit twee invalshoeken:

Proactief: centrale vraag is welk scenario beschouwd wordt als het meest wenselijke, welk als het meest waarschijnlijke en welk als het ‘worst-case’ scenario. Voor een organisatie vraagt dit om een collectieve reflectie waarbij de deelnemers met elkaar in gesprek gaan over hun voorkeuren en de mentale modellen of overtuigingen die daaraan ten grondslag liggen. Uiteindelijk gaat het om de vraag welke acties en keuzes noodzakelijk zijn om ontwikkelingen om te buigen van het meest waarschijnlijke naar het meest wenselijke scenario en hoe het ‘worst-case’ scenario vermeden kan worden. Op basis hiervan ontstaat een gedeeld kompas voor de toekomst op basis waarvan strategische beleidsbeslissingen genomen kunnen worden.

Reactief: De vorige invalshoek leunt zwaar op de gedachte dat de toekomst maakbaar is. Veel ontwikkelingen in de samenleving zijn niet zo maar te beïnvloeden door scholen of leraren. Dat betekent dat organisaties rekening moeten houden met de mogelijkheid dat elk van de vier scenario’s realiteit zou kunnen worden. Centrale vraag is dan wat de consequenties van elk scenario zijn voor de taak en rol van de school en de leraren daarbinnen. Het daarover nadenken maakt het mogelijk om signalen in de samenleving vroegtijdig te signaleren en daarop te reageren. Het meest bekende voorbeeld op dit terrein is dat van Shell, die in scenariostudies de mogelijkheid van een vertienvoudiging van de olieprijs al eens (hypothetisch) had doorgedacht en daarmee bij het uitbreken van de oliecrisis beter voorbereid was op die nieuwe situatie dan haar concurrenten.

Acht trends
Op basis van een brainstorm en gevoed door de publicatie Trends Shaping Education 2008 van de OECD zijn 8 trends geïdentificeerd die impact zullen hebben op het beroep van leraar in 2020. Deze trends zijn geordend op basis van een inschatting van de impact die ze zullen hebben op het beroep van de leraar en een inschatting van de (on)voorspelbaarheid van de trend.
Hoge impact, voorspelbaar

Hoge impact, voorspelbaar

Marktwerking en focus op output
Flexibilisering van arbeid, carrière als onderneming
Geglobaliseerde kenniseconomie

Hoge impact, grote onvoorspelbaarheid

Oog voor verschillen
School als sociaal anker
Verantwoordelijkheid en controle in het onderwijs
Onderwijs 2.0: Rollen en verantwoordelijkheden van leraren en leerlingen

Matige impact, hoge onvoorspelbaarheid

Onderzoek en evidence in het onderwijs
Professionele of academische masteropleiding van Educatief Meesterschap Amsterdam

Wie zijn wij?                          Powered by Aan & Uitleg en Netty Gelijsteen Valid XHTML 1.0 Transitional